Daily Archives: 7 July 2010

Riverton-Worland (93 mijl)

Week 3, dag 3.

De ene dag is de andere niet. Dat geldt ook in Amerika.
Gisteren koud, tegen een harde wind in fietsen van A naar B. En tussen A en B is alleen een benzinestation met flauwe koffie.
En dan vandaag!
We vertrokken rond 7 uur met opgeklaarde lucht. De omgeving zag er aanvankelijk net zo uit als gisteren, wat mij tot het voorstel aan mijn groepje bracht: wie het eerste iets interessants ziet, verdient een gratis koffie.

Na 20 mijl het eerste koffietentje, maar nee: niets interessants gezien. Tenzij Chuck gelijk had, die meende in een meertje dat we passeerden het monster van Loch Ness te hebben gezien.

En dan ga je een bocht om, de zon komt hoger en ben je gelijk in een andere wereld. Een prachtige weg langs hoge rotswanden, met een rivier die er in de canyon langs stroomt. Dit is voormalig indianengebied. Je ziet de indianen bij wijze van spreken boven op een rots rooksignalen geven dat er een aantal maffe fietsers aankomt. De natuur is hier zo mooi en stil (afgezien van de auto’s) dat ik er tranen van in mijn ogen kreeg.

Er komt weer een vraag binnen: ‘Jan, hoe veilig is dat fietsen op de Amerikaanse highway?’.
Nou, dat valt allemaal nogal mee.
Kijk: in feite ligt het fietspad hier naast de autoweg, zonder een scheiding er tussen. Dat maakt het wel wat gevaarlijker, maar de auto’s houden goed rekening met ons. Dat rijwielpad noemen ze hier de ‘shoulder’, en is in feite de vluchtstrook. Op de eerste foto zie je een mooie shoulder die goed te befietsen is.

Het wordt wat lastiger als de shoulder een rumble strip heeft. Dat is een hobbelig deel van het asfalt aan de linkerkant van het ‘fietspad’, dat bedoeld is om automobilisten wakker te maken als ze van de weg af dreigen te raken. In een land met autowegen rechtdoor en rechtdoor niet vreemd.
Op zich wel een werkend systeem, maar de fietser heeft eigenlijk het meeste last van de rommel die op de shoulder ligt van kapotte autobanden, glas en andere zooi die uit de auto is gegooid. Heeft mij al twee lekke banden opgeleverd.

Pas echt lastig wordt het, als de shoulder door omstandigheden echt smal wordt. Dan moet je dus goed oppassen als fietser. De meesten van ons (ikzelf ook) hebben daarom een spiegeltje op de fiets, waardoor we kunnen zien of er wat aankomt.
Tot zover de highway. Gelukkig rijden we ook veel over secundaire wegen, te vergelijken met de Nederlandse plattelandsweg. Daar rij je gewoon als fietser, en zijn weinig auto’s.

Om Karen gerust te stellen wat betreft het plaatselijke voedsel: vandaag Jambalaya gegeten. Ik weet niet of het typisch Wyoming is, maar ik kende het niet. Een soort dikke soep met groente, vermicelli, rijst, stukje worst, garnalen etc. Het smaakte mij opperbest moet ik zeggen.

En we sluiten af met weer een mooie slogan uit een van de scholen waar we overnachten: