Monthly Archives: July 2010

Plymouth-Manitowoc (40 mijl)

Week 6, dag 6.

Vandaag is de dag van de grote oversteek. We steken Lake Michigan over, en gaan van Wisconsin naar de achtste staat die we doorkruisen: Michigan. Stel je bij Dit meer geen Friese Meren voor, want ook dit gaat van groot, groter, grootst. Het meer is een 200 km. breed en twee keer zo lang. Een ferry gaat ons naar de overkant brengen, een tocht van zo’n vier uur.

Maar voordat we daaraan toekomen even terug naar gisteravond in Plymouth. Aan het eind van de middag werd ik aangesproken door collega Ed, die ons uitnodigde om te komen eten bij een neef van hem die toevallig in Plymouth woonde. De neef had Ed gevraagd: hoeveel mensen komen er dan eten? Waarop Ed had gezegd: tussen de 10 en 30. Daar maken Amerikanen geen probleem van, als er meer komen dan regelen we qua eten wel wat.
Uiteindelijk zaten we met een man of 12 bij Bill en zijn vrouw Cathy. Bill is dierenarts in de regio, en woont in een buitenwijkje van Plymouth. Leuk om eens een Amerikaans huis van binnen te zien. Het ging verder allemaal erg informeel toe, waarbij het zelf gebrouwen bier van Bill de nodige ondersteuning bood.

Terug naar de fiets. ‘s Nachts mochten we weer eens een wolkbreuk meemaken, die de volgende ochtend nog niet voorbij was. Dat was sinds het begin van onze tocht voor het eerst. Weer even wennen: wat moet je allemaal wel en niet aantrekken als het regent? Extra complicatie was in dit geval dat we een kort ritje hadden, en daarna op de boot zouden moeten. In je natte pak vier uur op een boot is ook niet alles.
Met wat passen en meten lukte het me wat droge kleren in een stuurtasje te krijgen. Marnix kwam daar niet aan toe, omdat hij de avond ervoor nog een veldonderzoek moest doen naar de kroegen in Plymouth. Een heel geslaagd onderzoek geloof ik, afgemeten aan het tijdstip waarop hij aan het ontbijt verscheen.

Vertrekplaats van de boot: Manitowoc. Daar woont ook Cathy, een oud Coast-to-Coast rijdster. Blijkbaar ontstaat er een band voor het leven als je één keer hebt meegedaan, want Cathy opende haar huis voor de picnic. Tegelijk konden we ons daar ontdoen van de natte kleding. Dat geeft natuurlijk wel een schilderachtig tafereel: allemaal fietsers die eten en zich verkleden rond het huis.

De overtocht met de S.S. Badger (een kolengestookte boot, waar vindt je dat nog?)was een lange zit, ook al omdat de boot een uur later dan gepland vertrok. Daar komt nog bij dat we weer over een tijdlijn zijn heengevaren, waardoor we een uur verloren. Tegen acht uur kwamen we aan in Ludington.
Naar de school, natte tent uitpakken en snel even douchen. Met een paar mensen een prima restaurant gevonden. Deze avond lag ik voor het eerst na 12 uur in bed. En de school herinnert ons opnieuw aan de historische banden van dit deel van de VS met Nederland: de OL de Jong school.


Morgen een vrije dag in Ludington om de boel op orde te brengen: wassen, fiets schoonmaken, bloggen, mailen en andere zaken die een nomade moet doen om niet helemaal vervreemd te raken van de wereld waar hij normaal in verkeert.

Anne’s Vragenhoekje.
Vandaag een vraag van Peter (als het tenminste mag van Anne): ‘hebben jullie allemaal dezelfde fietsen of verschilt dat nogal?”.
Het merendeel van de rijders heeft een racefiets, variërend van zeer luxe (carbonframe bijvoorbeeld) tot meer standaard (aluminiumframe, zoals wij). Dan zijn er een paar die op een wat zwaardere fiets rijden. Zoals landgenoot Toni, die op een tussenvariant van een ATB (dikke banden!) en een racefiets rijdt. Het kan allemaal, mits de fiets beschikt over voldoende versnellingen. We moeten hellingen van 10% en meer kunnen trotseren, en dat vereist dat je ‘klein’ moet kunnen schakelen zoals dat in vakjargon heet. De mensen met de zwaardere fietsen zijn wel iets in het nadeel om de eenvoudige reden dat ze meer gewicht in beweging moeten zien te krijgen en houden.
Ik heb eerder geschreven dat we ook een paar ligfietsers hebben. Inmiddels zijn er daarvan nog maar twee over. De anderen waren niet van plan ‘all the way to go’, of kwamen tot de conclusie dat een ligfiets bergop wel erg in het nadeel is.  Eén van de ligfietsers is Tom uit Assen. Maar ook hij doet niet alles op de fiets (meer). Afgelopen week huurde hij een auto om wat dingen van Frank Loyd Wright (architect) te zien, die hier in de omgeving heeft gewoond en gewerkt.
Dit antwoord kan niet zonder een foto van mijn oranje/gele Orbea die mij nu al zes weken uitstekende diensten bewijst. Orbea is een Spaans merk, en vraag me niet waarom ik op een Spaanse fiets rijd want daar is geen echte reden voor. Marnix rijdt ook een Orbea, maar dan een blauwe.



Mijn locatie Manitowoc, Wisconsin, United States.

Beaverdam – Plymouth (69 mijl)

Week 6, dag 5.

We rijden door Wisconsin. Een boerenstaat, die pas vanaf 1850 zo’n beetje is ontgonnen. Veelal door Europeanen, die om één of andere reden Europa zijn ontvlucht. Dat konden godsdienstige redenen zijn (zo zijn bijvoorbeeld de Amish hier terechtgekomen). Maar ook economische factoren speelden vaak een rol: in het nieuwe land met de onbegrensde mogelijkheden kon je een niew leven beginnen.

Vandaag werd ik onverwacht met die historische werkelijkheid geconfronteerd. We overnachten vandaag in Plymouth, een kleine plaats aan de oostkant van Wisconsin. We zitten nog maar een mijl of 30 van Lake Michigan, en gaan morgen oversteken.
Vlak bij de school is een begraafplaats, en ik besloot daar een kijkje te nemen. Tot mijn grote verbazing was 75% van de begravenen van duitse afkomst. De namen op de grafstenen lieten daarover niets aan duidelijkheid te wensen over. Omdat de historische kring van Plymouth bij een aantal graven een verhaaltje had neergezet, kon je lezen over duitsers die tussen 1840 en 1870 naar dit gebied waren gekomen.

Een ander opmerkelijk iets van deze begraafplaats: ze staat midden in het stadje, en er staan geen hekken omheen. In Nederland moeten graven altijd aan de buitenkant van de stad, en hekken er omheen. Veel hekken.
Dit geeft toch meer het gevoel dat de doden nog onder ons zijn. Heel mooi.
En bij dit graf van Eberhardt zie je wat je bij veel graven ziet: de decoraties uit de verschillende oorlogen staan bij het graf, met meestal vermelding van de rang van de gestorvene op de grafsteen.


Plymouth afficheert zichzelf overigens als de kaashoofdstad van de wereld. Dat is wel lef hebben, met een stadje van amper 10.000 inwoners. In de stad staat een soort kaas/koemonument, dat vermeldt dat in 1870 een Holsteiner koe uit Nederland naar Plymouth is gehaald, en dat toen de ontwikkeling van de koe en de kaas is begonnen. Ik ben benieuwd wat we vanavond te eten krijgen hier.

Over de rit van vandaag valt verder te melden: door golvend boerenlandschap (mooi), weinig koffiegelegenheden (niet mooi) en beperkt zonnig weer, niet te warm (heel mooi). Het landschapsschoon zie je hieronder met een foto van een bijzonder huis, dat dus absoluut niet veel gezien wordt in Wisconsin.

Anne’s vragenhoekje.

Vragen staat vrij, voor iedereen, maar vooral voor Anne. Ze vraagt of er een relatie is tussen het bezoek aan het verzorgingshuis vorige week en het feit dat wij onszelf  ‘vaak tegenkomen’.
Tja, dat zou zomaar kunnen. Ik had er niet aan gedacht, maar er is zeker wel een bed beschikbaar voor de fietsers die dat op dat moment nodig hebben. Tot nu toe hebben we maar één verzorgingshuis bezocht, maar misschien zou één per dag wel beter zijn.
En over het ‘jezelf tegenkomen': dat valt allemaal wel wat mee. Zorgen dat je goed eet en drinkt, op tijd naar bed en dan blijft de man met de hamer wel weg. Tenzij de hitte, de lengte van de rit en bergachtig terrein op één dag samenkomen. Ik heb dat tot nu toe twee keer gehad en dat valt dus nogal mee. Die klap met de hamer vereist dan even een wat langere pauze bij de picnic halverwege, of een uurtje bijkomen in de tent na  binnenkomst. Normaal wordt er namelijk bier gedronken, dus dan is er geen tijd voor een dutje na afloop.  Opdat de lezers wel goed begrijpen dat het allemaal niet te serieus moet worden genomen.

See y’all tomorrow!

Mijn locatie Plymouth, Wisconsin, United States.

Baraboo – Beaverdam (62 mijl)

Week 6, dag 4.

Vandaag naar Friesland geweest! Ach, in Amerika is alles mogelijk.

Op de route die we vandaag rijden ontdekte ik gisteravond bij het avondgebed (mijn koosnaam voor de bijeenkomst waarin we de dag evalueren en de route voor de volgende dag krijgen uitgereikt) het plaatsje Friesland. Niet dat het precies op de route lag, maar we zouden er op een afstand van zo ongeveer 5 mijl langs komen. Zo’n kans om even ‘t Heitelân terug te zien kon ik me niet laten ontnemen. Dus gisteravond nog router Dan (de router is degene die de route uitzet) aangeschoten om van hem te horen hoe ik precies in Friesland zou kunnen komen.

Ik kreeg Marnix en Martin (UK) zo ver dat ze wel mee wilden gaan, en na wat verkeerd rijden kwamen we op ‘Friesland Road’ terecht. Dat zou goed moeten gaan komen. Een mevrouw aangeschoten op een landweggetje met de vraag waar Friesland lag, en uitgelegd dat ik zelf in die provincie geboren was. ‘Oh, but that is wonderful. Then you must visit Melvin Hofman, he still speaks Fries. He lives just a mile if you go left’. En dus op naar Melvin.

Melvin stond buiten toen we langs kwamen, en na wat Friese woorden gebrabbeld te hebben, begreep hij wel dat hij met drie vreemd snuiters van doen had. Melvin spreekt eerlijk gezegd beter Fries dan ikzelf. Hij is een jaar of 80, en moet zo rond 1930 hier  zijn geboren. Zijn vader is een paar jaar eerder uit een dorp in de buurt van Dokkum naar Amerika vertrokken en in dit gedeelte van Wisconsin terecht gekomen. Er zaten destijds meer Friezen, en men heeft toen gevraagd het dorp ‘Friesland’ te mogen noemen. In het gezin van Melvin werd volledig Fries gesproken, met als gevolg dat toen hij als vijfjarige op school kwam, hij nauwelijk engels sprak.
Ik had de indruk dat Melvin’s vrouw wat aan het dementeren was. We hebben het gehouden bij een gesprekje op het erf en zijn toen weer vertrokken. Een boeiende ervaring: Fries spreken aan de andere kant van de wereld.

Wat valt er verder te melden over de rit van vandaag?
Weinig. Mooi weer, niet te warm, kleine 90 km. Door de golvende velden van Wisconsin. Mooie boerderijen, een historisch schooltje. Onderweg zijn we de Wisonsin river overgestoken. Een indrukwekkende stroom.
En nu overnachten in een school in Beaverdam. Een bijzonder lelijk plaatsje mag ik wel zeggen. Wie hier verantwoordelijk is voor de lay out en de bouwstijl van de stad mag wel een tijdje uit fietsen worden gestuurd.

Anne’s vragenhoekje.
Neem je een reserveband mee, vraagt Anne.
Ja natuurlijk Anne. En niet alleen een band, maar ook bandenlichters, een setje om onderweg een band te plakken. Voor wie nooit een racefiets van dichtbij heeft gezien: je kunt het voor- en achterwiel er zo uitwippen, en dan de hele band er uit halen. Een handig iemand heeft binnen 10 minuten de fiets weer rijklaar, iemand die minder handig is doet er een halfuurtje over.
In de eerste week reed ik achter Casey, een meisje van een jaar of 18 uit New York. Ze is de jongste in ons team. Casey kreeg een lekke band, en she had no idea what to do. Ze wist van een binnenband, maar dat was het dan ook. We hebben haar een eerste les bandverwisselen gegeven.
Tot nu toe heb ik zelf een stuk of zes lekke banden gehad. Dat lijkt veel, maar op 4000 km. valt dat wel mee. Zeker als je rekening houdt met de rotzooi die af en toe op de weg ligt. Vooral van kapotgereden autobanden.

Een verwante vraag van Anne (die Anne bedenkt wel goeie vragen hoor!): wat is de staat van de wegen in de VS?
Ik zou willen zeggen: beter dan in België, minder dan in Nederland. De wegen zijn vooral wat groffer van structuur, waardoor buitenbanden sneller slijten. Ik ben met nieuwe banden uit Nederland vertrokken, en moest na drie weken al de complete set vervangen.

OK guys, that was it weer for today. Tomorrow is another day.




Mijn locatie Fond du Lac, Wisconsin, United States.

Sparta – Baraboo (76 mijl)

Week 6, dag 3.

Vannacht kwam de hemel naar beneden. Dat kon ook moeilijk anders, na de drukkende hitte van gisteren. In een tentje heb je het gevoel dat je zult worden weggeblazen als het gaat stormen en regenen tegelijk. Maar alles hield het natuurlijk. En op een gegeven moment slaap je tussen de buien door ook wel.

De rit van vandaag was in de categorie ‘makkie’. Het eerste deel (liefst 75 km.) ging over een fietspad dat was gemaakt op een voormalige spoorlijn. Beperking was wel dat het helemaal was ingebouwd in het groen, waardoor je het gevoel had een kleine drie uur in het bos te rijden en van de omgeving weinig meekreeg. Hoe dan ook: we zijn in Baraboo beland. Een Sesamstraat-naam wat mij betreft.
Helemaal niks interessants te melden dus? Toch wel.

Bijna dood-ervaringen.
Wel eens gehoord van bijna-doodervaringen? Je gaat door een tunnel, en aan het eind schijnt een prachtig licht. Die kant wil je op. Nou, wij hadden vandaag drie bijna-doodervaringen. Let op.

De oude spoorlijn waarover we vandaag reden, had ook tunnels. Daar konden/moesten we doorheen, maar ze zijn wel onverlicht. Omdat het wegdek bovendien een beetje bol loopt, moesten ze wel lopend genomen worden. De eerste tunnel was ongeveer anderhalve kilometer lang, en dat betekende dat we in het midden in het pikkedonker liepen. Er waren een paar lampjes van slimme medefietsters gelukkig.

Aan het eind gekomen, werd het licht steeds feller, en konden we ons een bijna-doodervaring wel voorstellen. Je wilt naar het licht toe, en graag zo snel mogelijk. Maar dat het nou zo mooi was, dat je nooit meer wat anders wilt? Nee, voor ons nog niet.

Verder weinig te melden. Een goed moment om aan de vragen van Anne te beginnen.
En misschien maar meteen de belangrijkste vraag: ‘als je een stuk niet fietst, krijg je dan aan het eind geen lintje?’.

Anne, het is geen wedstrijd, en er is geen lintje. Er is alleen maar eer.
Maar dat neemt niet weg dat de grootste schrik van iedere Coast-to-coast fietser is ‘to be sagged’.  Dat betekent: meegenomen worden door de sagwagon, en dat zouden wij de bezemwagen noemen.
Iedereen die een dag niet wil of kan fietsen, of een stuk van de route niet trekt, kan plaatsnemen in de sagwagon. En de fiets gaat bovenop. Er wordt geen registratie van bijgehouden, maar iedereen weet het van elkaar. Onder het eten krijg je dan gesprekjes in de trant van: ‘I heard that X was sagged today. Is that right?’. En de ander zegt dan: ‘Of course, he’s been sagged before’. En zo komen de verhalen in de wereld.
Maar intussen weten we van elkaar precies hoe het zit. Die en die hebben in de auto gezete. En die en die zijn nog onbevlekt. Mijn ruwe schatting is dat van de oorspronkelijke 45 starters er een stuk of 15 inmiddels wel in de bezemwagen hebben gezeten.
En om alle misverstanden te vermijden: Marnix en ik zijn nog brandschoon. Het gaat ons ook niet gebeuren dat we gesagged worden.  Deze jongens gaan het helemaal op de fiets doen!

Morgen verder met de vragen van Anne.

Mijn locatie Baraboo, Wisconsin, United States.

Pepin – Sparta (92 mijl)

Week 6, dag 2.

Er komen vragen binnen via de reactiemodus op ons blog. Goed zo Anne, we worden gelezen! We zullen de vragen de komende dagen beantwoorden. Maar eerst maar eens een algemene indruk geven, door van moment tot moment een dag te volgen.

Gisteravond zijn we geinformeerd over de route, de afstand en de hoeveelheid klimwerk. Dat gaat onder andere door middel van een cue sheet. Dat is een A4tje met aan de ene kant een globaal kaartje van de route en op de andere kant de beschrijving van de route met eventuele koffiepunten, bezienswaardigheden etc. De afstand: 92 mijl, dat is ongeveer 150 km. En we klimmen 3729 feet, dat is 1200 meter.

5.30 uur. De wekker gaat. Dat betekent: wassen, wielerkleding aan, inpakken, tassen inleveren bij de aanhanger en tent afbreken. Voor dat alles hebben we ongeveer een uur, want om half zeven staat het ontbijt klaar.

6.30 uur. Ontbijten in de school. Klaargemaakt door een gezelschap dat iets doet voor een goed doel. Kern van het ontbijt is oatmeal. Het doet mij het meest aan havermout denken. Je doet er bruine suiker over, krenten er in en bosbessen. Dan smaakt het prima. Ik eet het omdat het krachtvoer is. Thuis zou ik er niet over denken. Verder is er koffie, melk, sinaasappelsap, water, fruit, worstjes en iets ommelet achtigs. De amerikanen maken een ondergrond van een soort brood, en daar gooien ze eieren overheen met kaas. Het is lekker, maar wel een beetje zwaar op de maag in de vroege ochtend. Maar fietsen is energie verbranden dus er moet gegeten en gedronken worden.

7.00 uur. De fietsen willen weg, en zonder berijder gaat dat wat moeilijk. We rijden op een redelijk drukke weg met rechts van ons de Mississippi. Hoewel een hele warme dag is voorspeld met een hoge luchtvochtigheid, zien we donkere wolken, en even later rijden we over een weg waar het even daarvoor flink heeft geregend. Temperatuur op dit moment als rond de 25 graden. Aan de Mississippi verschijnt de eerste electriciteitscentrale. Die blijkt nog op kolen te worden gestookt.

8.15 uur. Het eerste waterpunt. Cycle America zorgt om de 25 mijl zo ongeveer voor een paar vaten vers water, waarmee we onze bidons voor zover nodig weer kunnen bijvullen.

9.00 uur. Rock in the House! Op onze cue list staan ook de bijzondere dingen aangegeven. We zijn nu bij een huis waar in 1996 een rots in is gevallen (het huis staat tegen een bergwand). Het aardige (nou ja, wat heet aardig) is, dat ze het huis sinds het gebeurde zo hebben gelaten als het was. Je kunt er naar binnen, de radio speelt nog, alles is zo gebleven als toen de rots naar beneden kwam. De huisvrouw was net in de keuken, en bleef ongedeerd.

9.15 uur. Koffietijd. Na twee uur fietsen wordt het tijd voor koffie. We vinden na enig zoeken en het aanschieten van een ‘local’ koffie bij Nana J’s (zo heet het koffiehuis van Judy, de eigenaresse). Zo’n klein café in een stadje is altijd een mooie gelegenheid voor een chat met locals die er koffie zitten te drinken. Natuurlijk zijn ze altijd verbaasd over onze onderneming.

11.00 uur. Picnic. Halverwege de route heeft Cycle America een tent opgesteld, waar je kunt eten wat je denkt dat je nodig hebt. Varieert van fruit tot brood en meestal iets als pastasalade of soep. Er zijn ook snacks en snoepgoed voor de lekkere trek. Vandaag een bakje met een couscoussalade. De moeilijkheid bij de picnic is om een goede inschatting te maken van wat je moet eten om het eindpunt te halen. We hebben nu nog 75 km. voor de wielen, en dat kom je zonder de maag te vullen absoluut niet door. Ik heb na de koffie en de koek bij Nana J’s niet zoveel honger en beperkt me maar tot wat salade en fruit. Een banaan mee in de achterzak.
Het is nog steeds bewolkt.

12:00 uur. We gaan van de grote weg af en via wat kleinere weggetjes achterlangs naar Sparta. De tegenprestatie is wel dat we een aantal flinke heuvels over moeten. Het wordt nu echt ‘scenic’ zoals ze hier zeggen (landschappelijk mooi).
We passeren prachtige boerderijen. De temperatuur gaat nu niet alleen flink omhoog, maar er zit ook veel vocht in de lucht. Het gevolg is dat het op de fiets nog wel uit te houden is, maar dat we echt staan te dampen als we stil staan.

13.00 uur. Nog een keer een waterstop. Bijtanken maar weer. Maar op een gegeven moment heb je geen zin meer om te drinken. Toch is het dan het beste om door te drinken, dus kleine slokjes water is noodzakelijk.
De warmte gaat nu echt een probleem worden. De zon komt er ook nog door, temperatuur stijgt naar 35 graden.

13.30 uur. We passeren een tankstationnetje met een grocery store (kruidenierswinkel). Een goede gelegenheid om een ijsje met een cola te drinken.
Nog twintig mijl te gaan, dat moet geen probleem zijn.

13.45 uur. De wind steekt op. Die laatste 20 mijl blijkt wel degelijk een probleem in deze hitte. Voor mij (Jan) begint het lastig te worden. Marnix heeft geen problemen. Ik heb het gevoel dat ik in brand sta, afkoelen lukt in deze hitte en luchtvochtigheid bijna niet meer. Ik giet van ellende maar één van mijn bidons leeg over mijn hoofd.

14.30 uur. Sparta! Eindelijk. De laatste loodjes waren zwaar in dit geval.
We overnachten weer in en bij een school. De bagage ligt al klaar.
Het vervolg is nu: tent opzetten (in de hitte inderdaad), douchen en op zoek naar een gelegenheid waar we onze dorst en eerste honger kunnen stillen. Ook na het douchen loopt het zweet nog met straaltjes langs ons lichaam. Marnix wil lopen naar downtown. Ik volg hem gedwee, voor mij is de pijp wel leeg vandaag.
Dit was toch wel weer een pittig dagje. De meeste andere dagen zijn wat gemakkelijker gelukkig.

De dag vervolgt met eten om 17.30 uur (soms in de school, in dit geval in een restaurantje in Sparta). Om 19.00 uur begin ik aan de blog die – als het even kan – via een wifi verbinding ergens in Sparta dan ook nog geupload moet worden. We zien wel of dat vanavond nog lukt.
Na een pilsje liggen we meestal rond 22.00 uur wel in of op de slaapzak. Marnix heeft soms wat meer puf, en gaat met zijn jongere kornuiten tot 12 uur stappen.

Mijn locatie Sparta, Wisconsin, United States.

Northfield – Pepin (61 mijl)

Week 6, dag 1.

Wij hebben mooie dagen, hele mooie dagen en prachtige dagen. Op mooie dagen is het winderig, is er niet al te veel te zien en hou je vooral het achterwiel van je voorganger in de gaten. Op een hele mooie dag is er zon en is er meer te zien. En vandaag hadden we een prachtige dag. Dat wil zeggen: niet teveel miles, mooi weer, windje in de rug en veel natuurschoon.

De dag begon anders dan anders. Normaliter ontbijten we in de school waar we kamperen of in een restaurant in de buurt. Deze keer was het ontbijt 13 mijl na de start in het huis van één van de medewerkers van Cycle America. Ze organiseerde het ontbijt met haar ‘meiden’, omdat die meiden een dansgroepje vormen en ze hebben nieuwe uniformen nodig. Een deel daarvan verdienen ze dan met het organiseren van dit ontbijt.
Voor ons is dat tegelijk een ‘inkijkje’ in zo’n amerikaans huis. Dat was niet mis in dit geval: ontbijten buiten ‘by the pool’. Kijk zelf maar.

Het vervolg van deze rit leidde naar het internationale hoofdkantoor van Cycle America in het stadje Canon Falls. Dat internationale hoofdkantoor bestaat dus uit één ruimte waar de eigenaar Greg Walsh en zijn assistente werken. Greg is negen  weken met ons onderweg, dus zijn secretaresse ontving ons en nam de honneurs waar.

Vanuit Canon Falls leidt een prachtige biketrail (een vrijliggen fietspad) langs de Canon River. Zesendertig kilometer geen verkeer meer, de rivier links en boven je en rechts groen. Geweldig! Op deze biketrail ook weer iets nieuws: je wordt geacht voor deze fietssnelweg een tol te betalen. Dat gaat door het benodigde geld (een paar dollar) in een envelopje te doen dat bij een startpaal ligt, en dat envelopje in een bus te doen. Het werkt!

Na het fietspad komen we uit bij de Mississippi River. Een markante rivier in de Verenigde staten. Hij loopt van hier tot in Louisiana, waar nu het BP gedoe is. Onze picnic was aan de oever van de Mississippi georganiseerd. De rivier is hier overigens een stuk minder breed dan op andere plaatsen.

Na de picnic de brug over, en we zijn in Wisconsin. Onze zevende staat. Wie het nog bijgehouden heeft: gestart in Washington, daarna Montana, Idaho, Wyoming, South Dakota en Minnesota. Wisconsin is de staat van het bier en de kaas. Iemand raadde ons Spotted Cow al bier aan. Nadat we in Pepin zijn gearriveerd hebben we ons aan dat advies gehouden, en inderdaad: prima biertje.

Pepin ligt aan een groot meer, waar we langs reden op weg er naar toe. Met zo’n prachtig meer zou je in Pepin een touristisch oord verwachten. Maar nee: niets van dat alles. Rustig stadje, geen tourist te zien. Alleen wij met ons gedoe van tentje opzetten, wifi zoeken en de was doen.

Amerikaanse gemeenschapszin.
Ik heb eerder geschreven over ‘samen dingen doen’ in Amerika. Een mooi voorbeeld is ook het schoonhouden van de highway. Daar hebben ze in de staten waar we tot nu toe doorheen reden geen overheid voor nodig. Nee, families of organisaties kunnen een paar mijl langs de weg voor hun rekening nemen om schoon te houden, en worden dan geëerd op een bord langs de weg. Ik vind het weer een perfect voorbeeld van je eigen verantwoordelijkheid nemen, en niet op ‘de overheid’ gaan zitten wachten tot het schoongemaakt wordt. Bovendien heeft het mogelijk een preventieve werking. Mensen realiseren zich meer dat ze niet zomaar rotzooi uit een auto moeten gooien (of van een fiets natuurlijk).
En tenslotte: beter decentraal laten regelen wat decentraal geregeld kan worden (namelijk in de eigen gemeente) dan centraal weer allerlei diensten in het leven roepen.



Mijn locatie Pepin, Wisconsin, United States.

Twin Cities (0 mijl)

Vrije dag van de week.

De vrije dag stond in het teken van een bezoek aan ‘Twin Cities’. Minneapolis en St. Paul vormen samen één grote stad en eigenlijk ook nog met een buitenwijk Bloomington, wat ook een stad op zichzelf is, maar zo ziet eigenlijk niemand dat meer. De steden zijn gebouwd rond de Minnesota- Missisipi- en St. Croix rivieren die de stad doorkruisen. De meeste mensen noemen het gewoon Minneapolis en het is de grootste stad in de staat Minnesota met drie en een half miljoen inwoners.

We hebben een dag vrij in Northfield en dat ligt zo’n 40 mijl van de ‘Twin Cities’. Een vrije dag betekent absoluut geen fietsen dus een andere manier van transport is vereist. Chuk had aangeboden ons in de ochtend erheen te brengen aangezien zijn zoon een wedstrijd ultimate frisbee zou spelen in dezelfde stad. Prima!

Na een rit van ongeveer drie kwartier zagen we de stad in de verte aankomen. Chuk en zijn vrouw vertelden ons in de auto dat ze Chicago de mooiste stad van Amerika vinden en dat Minneapolis veel weg heeft van die stad. Bij aankomst eerst kort wat rondgereden. Eerst rond het gigantische Universtiteits complex van de stad waar, zo werd ons verteld, Bob Dylan zijn muzikale carrière is begonnen door in het omliggende gebied op te treden. Daarna werden bij een koffietentje downtown afgezet.

Het doel was om vooral even wat rond te kijken in de stad. Veel meer kun je niet doen op een zondagochtend. Informatie voor toeristen is schaars. Er zijn geen tourist office plekken waar we terecht konden maar wel een erg behulpzame receptioniste van een hotel die ons voorzag van kaarten en aanwijzingen.

Na wat van het centrum te hebben gezien was het plan om naar het Modern Art Museum te gaan. We besloten te gaan lopen en dat leverde een aantal leuke plaatjes op. Het museum zag er van buiten aardig uit maar was van binnen kleiner dan het leek (voor het eerst.. meestal is dat hier andersom) dus na een klein uur stonden we weer buiten.

Een ander plan voor de dagbesteding was een bezoek aan de Mall of America. Het schijnt het grootste winkelcentrum in Amerika te zijn en we werden van alle kanten gewaarschuwd; ga er niet heen! Maar tegelijkertijd vertelde iedereen dat je er wel een keer geweest moest zijn. Dat wekt onze interesse natuurlijk. Net na het middaguur arriveerden we bij het grootste consumenten walhalla van de Verenigde Staten. Er was ons verteld dat er een rollercoaster in het midden van het winkelcentrum was. Het was er niet één. Het waren er vier (!). Typisch Amerikaans. Typisch ‘over the top’. De winkels waren niet interessant. Je moet er gewoon een keer geweest zijn. Ook zodat je voor altijd een goed excuus hebt om je nooit meer in een dergelijk toppunt van overdreven consumisme hoeft te begeven. Hierbij een paar foto’s ter illustratie.

Na een paar uur was het tijd voor de terugreis die nogal was tijd in beslag nam om te organiseren. Of het ligt aan het feit dat we nog wat moeten wennen aan de means of transport of dat de desbetreffende busmaatschappij zich onvoldoende profileert laten we voorlopig even in het midden.
Desalniettemin waren we net op tijd terug in Northfield voor de tourmeeting van morgen en een geweldig Indiaas buffet. De rit morgen wordt lekker relaxt.

See you tomorrow!

Mijn locatie Minneapolis, Minnesota, United States.

Hutchinson – Northfield (101 mijl)

Week 5, dag 6.

Weer een dag met meer dan 100 mijl op de teller (ruim 160 km). Het blijft me  verwonderen: na zoveel dagen fietsen doet zo’n afstand je weinig meer. Thuis kun je mij (en ook Marnix denk ik) na 150 km. rustig even een paar uur wegleggen, terwijl het lichaam (of is het de geest?) nu doet of er niks aan de hand is. Na het fietsen gewoon nog even een paar klussen doen en een pilsje drinken.

We zitten nu echt in midden Amerika. Het landschap doet een beetje aan de Ardennen denken. Veel kleinere boerenbedrijven, met een heel eigen bouwstijl. Bijna alle huizen zijn hier opgetrokken in de bekende houten-huizen stijl van de Amerikaanse stadjes. Het is in ieder geval veel aantrekkelijker dan Zuid Dakota waar we vorige week en begin van deze week nog waren. Hier kun je tenminste om de 20 mijl wel wat te eten of te drinken vinden.

Bevangen door de wamte?
Gistermiddag zag ik iets gebeuren dat me aan mijn waarnemingsvermogen deed twijfelen. Ergens op het platteland werd ik ingehaald door een auto met niemand achter het stuur maar wel een persoon op de stoel naast de bestuurder. Een nieuw type spookrijder?
Honderd meter voor me stopte de auto, de man op de bijrijderstoel deed zijn raampje naar beneden, en stopte post in één van die typisch amerikaanse postbussen. En daar ging de auto weer, op weg naar de volgende postbus.
Nadere informatie gevraagd bij de amerikanen om me heen.
Dit blijkt een ‘normale’ gang van zaken te zijn bij het bezorgen van post. Omdat de postbussen steeds rechts van de weg staan, is het voor de postbezorger te veel werk om achter het stuur vandaan te komen, om de auto heen te lopen, etc. Vroeger maakte de post gebruik van auto’s met het stuur rechts die ze uit Engeland importeerden. Maar ook hier heeft de privatisering toegeslagen, en huurt de post mensen in die met hun eigen auto post rondbrengen. Omdat bijna alle auto’s een automaat hebben, zijn ze dus in staat om met het linkerbeen gas te geven en te remmen en met de linkerhand te sturen vanaf de bijrijderstoel. Persoonlijk vind ik het onbegrijpelijk dat het wordt toegestaan, want het blijft natuurlijk levensgevaarlijk, ook al rijdt je niet hard als je post bezorgt.

Northfield is een kleine plaats met zo’n 15.000 inwoners. Het ligt op ongeveer 50 mijl van Minneapolis, de hoofdstuk van Minnesota. Het plan is om op de rustdag te kijken hoe we in Minneapolis kunnen komen. Dat wordt nog wel een toer, want openbaar vervoer is geen sterk punt in dit deel van Amerika.

Vanavond zijn we uitgenodigd door Chuck om met hem en zijn gezin te eten in een restaurant in Northfield. Chuck woont in Columbia, Missouri. Dat is 8 uur rijden van hier, maar zijn vrouw, zoon en dochter komen dit weekend hier naar toe. Voor Amerikanen zijn dat gewone afstanden. Vervelend is wel dat Chuck op het punt van uitvallen staat. Hij heeft een ontsteking/irritatie in de spieren boven zijn enkel opgelopen, en kan al twee dagen niet meer fietsen. Hij hoopt dat het met een week rust (gaat terug naar huis) over is, en sluit dan weer aan.

Morgen is een bezoek aan Minneapolis gepland. Geen tijd om de fietsen de wekelijkse schoonmaakbeurt te geven. Daarom vanmiddag maar.

Wij moeten verder. Blog sluit hier en gaat zondag of maandag verder.

Mijn locatie Northfield, Minnesota, United States.

Montevideo – Hutchinson (88 mijl)

Week 5, dag 5.

De dag begint met (alweer) een mooie zonsopgang. Het is droog en enigszins bewolkt, dat betekent in deze streken een prima fietstemperatuur.
Na 17 mijl is er een bakkerij annex koffieshop. Eindelijk: weer een goede cappucino, na een aantal vreselijke koffie ervaringen. De mevrouw van dit koffiehuis is werkelijk geinteresseerd in wat we aan het doen zijn, en loopt met ons naar buiten om te zien op wat voor fietsen we eigenlijk rijden. Zulke dunne banden? That never works. Dat works quite well mevrouw.

Minnesota is (net als South Dakota) een staat waar landbouw de boventoon voert. Maar toch is de indruk heel anders. Was het in SD zo dat je veel bebouwd land zag zonder een boerderij, hier zie je veel meer kleine boerenbedrijven. Ook waren de afstanden in SD veel groter. Tussen dorpen vaak 50 tot 80 mijl. Hier zie je om de 15 tot 20 mijl een dorp en die zien er bovendien veel gezelliger uit. Het voelt een beetje als terugkeren in de bewoonde wereld zoals iemand vandaag zei.

De picnic vandaag was in Olivia, de stad van de mais. Dat laten ze dan ook op vele manieren zien. Van een gigantische maiskolf op het dak tot het verkopen van sweet corn langs de weg.

In het groepje waar ik regelmatig mee fiets zit Scott, geboren in California maar getrouwd met Cynthia die in Minnesota woont. Ik interviewde Scott vandaag over zijn staat.

Scott, wat is er bijzonder aan Minnesota?
’Minnesota is een staat met veel agrarische bedrijven en een mooi merengebied. Als je naar het noorden gaat (MS grenst aan Canada) zijn er prachtige natuurgebieden waar je kunt kanoën. Het zijn plekjes die weinig mensen kennen’.
Wat voor klimaat heeft Minnesota?
’Echt een landklimaat. Dat wil zeggen: hete zomers en koude winters. In de hoofdstad Minneapolis kan bijvoorbeeld in de winter zoveel sneeuw liggen, dat men veel gebouwen met elkaar heeft verbonden. Je kunt dus de stad doorlopen zonder veel buiten te hoeven komen’.
Een boerenstaat dus. Betekent dat een Republikeins en dus rechts politieke kleur?
‘Nou nee, dat valt nogal mee. Onze gouverneur is weliswaar een Republikein, maar de meeste stemmen gaan toch naar de democraten. Wij zijn dus wel tevreden met Obama’.
Tot zover Scott in dit mini interview. Hij moest verder, ik ook.
Over Scott valt verder nog te melden dat hij voor een NGO veldwerk in Afrika doet, en regelmatig drie tot zes weken van huis is. Hij doet zijn Coast to Coast ook als een fundraising activiteit. Zie mijn mail  van gisteren voor het adres van zijn eigen website. Ondersteuning van zijn goede doelen kan ook vanuit Nederland!

Rond 2 uur ‘s middags bereiken we Hutchinson. Een middelgrote stad met een prachtige middle school. We hebben vele mooie scholen gezien en kunnen gebruiken, maar deze slaat wel alles. Een eigen 50 meter bad met alles er op en er aan: tijdmeting, startblokken, je kan het zo gek niet bedenken. En we mogen het zwembad zelfs gebruiken. Van 3 tot 5 liggen we in het water.

‘s Avonds nog de gebruikelijke Award uitreikingen. Ik geloof dat ik er wel eerder over geschreven heb: de gebeurtenissen van de afgelopen week passeren de revue. Mensen uit de groep worden op een ludieke manier in het zonnetje gezet vanwege iets dat ze die week hebben gedaan. Zo heb ik iemand bedankt die me hielp mijn gebroken tentstok te repareren, en Mike in het ‘zonnetje’ gezet omdat hij ergens ‘Schleck’ op de weg had gekalkt, maar niet wist hoe hij het moest schrijven. Hij rijdt nu morgen met een gele trui met de juiste naam er op.
Zelf werd ik verrast door Marnix, die mij in een toespraakje bedankte voor het feit dat hij en ik hier samen kunnen zijn. Een emotioneel moment.

Morgen op weg naar Northfield, een voorstad van Minneapolis.

Mijn locatie Hutchinson, Minnesota, United States.

Watertown – Montevideo (88 mijl)

Week 5, dag 4.

Weer een dag van uitersten. Vannacht is er veel regen gevallen in Watertown (ja, wat wil je ook anders met zo’n naam), en daardoor was vanochtend alles wat grijs en mistig. Om zeven uur dus vertrokken met de

neus in de richting van de mist. Een uur in de regen gereden, en daarna klaarde het wat op. Uiteindelijk weer lekker het zonnetje in gereden op weg naar Montevideo. In de groep kregen we flinke discussie over de vraag of het nu Montevidéo moest zijn of Montevídeo (dus met de klemtoon op vi . Hoewel de naam is afgeleid van de hoofdstad van Urugay, wordt het natuurlijk toch weer op zijn amerikaans (en dus anders) uitgesproken.

Onderweg passeerden we de grens tussen Zuid Dakota en Minnesota. Dat geeft weer aanleiding tot wat straattoneel van een groep onnozele fietsers. Vanaf begin vorige week hebben we in Zuid Dakota gereden, en het was wel genoeg. Tenzij je verslaafd bent aan boerenbedrijven en John Deere, dan mag het nooit ophouden. Minnesota is ook wel een boerenstaat, maar het is toch meteen anders. Kleinere boerenbedrijfjes, meer bomen, meer dorpen, dus we hebben het gevoel weer enigszins terug te zijn in de bewoonde wereld.
Op een gegeven moment zag ik achter de bomen zelfs een kerktorentje verschijnen. Hoewel ook Zuid Dakota een heel christelijke staat is heb ik dat toch een paar honderd mijl niet gezien.

In Montevideo aangekomen een terrasje opgezocht voor een ijsje. Terwijl we daar zitten komt er een reporter van de Montevideo American News bij zitten, die vraag of ze ons mag interviewen en wat foto’s maken. Nou, dag mag van ons wel, dus wij doen ons hele verhaal nog eens over Cycle America en de vriendelijke ontvangst op scholen, de afstanden die we afleggen, hoe vaak en waar we eten, en waarom we dit allemaal doen. Morgen waarschijnlijk in het plaatselijke sufferdje, maar dan zijn wij al lang weer op weg naar de volgende halte. Coast to Coast riders kennen geen rust, die moeten verder.
Maar eens zien wat er te vinden is op internet morgen (www.montenews.com).

En verder vandaag? De jongens hebben de was gedaan. Dat gaat zo: in het stadje vragen waar de Laundry mat is, was in de tas, op de fiets erheen, kwartjes in de machine, wachten, wachten en weer terug naar huis.



Mijn locatie Montevideo, Minnesota, United States.