Monthly Archives: June 2010

Townsend-Ennis (79 mijl)

2e week, dag 3.

Een dag met bijzondere wisselingen, in vele opzichten.
Gisteravond in Townsend kwam er een soort wervelstorm over met veel wind en een beetje regen. Ik vroeg mij af of mijn tent op het voetbalveld zou blijven staan, of dat hij terug naar huis zou vliegen. Ben een moment van plan geweest ‘m maar weer af te breken. Afijn, eind van het liedje was dat het een nacht werd met veel lawaai van klapperend tentzeil, maar alles heeft het gehouden.

Om 7 uur vertrekkend, leek het weer weer rustig, zij het bewolkt. Na drie kwartier fietsen kwam er echter een donkere lucht en weerlicht op ons af die het niet verstandig maakten door te gaan. Waar te schuilen in de middle of nowhere?
Nu kwam het zo uit dat we in the middle of nowhere bij een soort van houten gebouw stonden, waar BAR boven de deur stond. Het was nog steeds 7.45, dus ik trok de stoute schoenen aan, en deed de deur open. Daar was een oude dame de vloer aan het schrobben op een oudhollandse wijze. ‘How are you madam (daarmee open je hier elke zin), could you serve us some coffee?’. De madam keek eerst eens moeilijk, en vertrok toen naar de koffiemachine. Tegen de tijd dat wij (Chuck, Martin en ik) koffie hadden (50 cents), wilde ze weer verder zwabberen. En op dat moment kwamen er weer 10 fietsers binnen. Het was harder gaan regenen, en ze hadden onze fietsen zien staan.
Eind van het lied was dat ‘s ochtends om 8 uur de bar vol zat met fietsers, en dat er gedanst werd op country muziek.

Verder lekker gefietst vandaag, het werd al snel weer droog en zonnig. In de verte hebben we de hele dag de besneeuwde toppen van de Tabacco Road Mountains (deel van de Rocky Mountains) gezien. Dit is nog steeds Montana, één van de minst bevolkte staten van Amerika, maar ook één van de mooiste qua landschap. De afwisseling is enorm: meren, rivieren, bergen, grote graslanden en maar een paar kleine steden. Morgen bereiken we West Yellowstone, de rand van één van de bekendste natuurparken van Amerika. Ik geloof overigens niet dat we er doorheen rijden, maar dat zien we nog wel.

Aan het eind van de rit is er vaak bier of ijs. Vandaag dus ijs. Om te laten zien wat je krijgt als je in Amerika een medium size ijsje bestelt, heb ik mezelf maar even laten fotograferen. Zoals eerder gezegd in dit blog: in Amerika is alles groter: de auto’s, de hamburgers en de ijsjes.

See you guys.

Lincoln-Townsend

Week 2, dag 2.

De blog had een lekke band, zoals de regelmatige lezer zal hebben gemerkt. Het is nu woensdag, dus we liggen wat achter. Maar even op de pedalen, en u bent weer bij.
Van onderstaand verhaal was tot nu toe alleen de eerste regel gepubliceerd. Dat maakte misschien wel nieuwsgierig.
Zo ging het verder.

——————————————————————–

Heeft u zich ooit afgevraagd waar Roodkapje woonde? Vandaag ben ik er achter gekomen. Lees en huiver!

6.45 uur
Er is vandaag hoge temperatuur voorspeld. Om 6.45 al op de fiets, eerder dan ooit tevoren. Ik herinner me een Elfstedentocht die omstreeks die tijd begon. Was destijds wel wat ander weer, want de zon komt hier al op. De foto is genomen vlak na de start, voor mij rijdt Lance. De naamgenoot van Armstrong rijdt op een ligfiets, net als drie anderen. Lance schat ik tussen de 65 en 70, en is triatleet. Lance is de enige die een beetje met de rest van de fietsers mee kan komen, de andere drie hebben het moeilijk op de ligfiets. In Nederland heeft een ligfietser vooral voordeel van de (tegen)wind. In de VS ligt dan anders. Het is hier vooral klimmen en dalen, en dan is de ligfiets zwaar in het nadeel. De ligfietsers zijn Tom (Ned), Erik en Dorothee (Denemarken). Erik en Dorothee doen steeds een deel van een rit (ligfietsen op de bus), Tom doet wel alle mijlen, maar komt elke dag laat binnen in zijn eentje.

8.15 uur
Boven op de pas die we vandaag over moeten. Een stijging van 1000 meter ongeveer schat ik zo ruwweg. Dat is even zweten om boven te komen, maar het is gelukkig nog vroeg en de zon maakt het niet lastig.

Montana is een heel dunbevolkte staat, en dat zie je nu ook wel. Stel je geen vlaktes voor met prairiegras, maar niet al te hoge bergen die met dennen zijn begroeid en daartussen laagvlakten waar vee graast. In de uitgestrekte heuvels leeft nog veel wild. Daarover straks meer.

9.44 uur
De eerste waterpost. Cycle America zorgt voor minimaal 2 waterposten langs de route. Bij dit soort lange fietstochten moet je (zeker als het warm is) minimaal een halve liter water per uur drinken. Dat is bij een tocht van zeven uur dus 3 1/2 liter! Dat kun je op een fiets niet allemaal meenemen. Vandaar.
Misschien zijn er mensen die zich afvragen of we in grote groepen rijden. Het antwoord is ‘no’.  Aan de C2C doen 45 rijders mee, en nog zo’n groep doet alleen een week mee. In totaal dus een kleine 100. Die vertrekken tussen 6.45 en 7.30, en de één rijdt veel sneller dan de ander. Het gevolg is dus dat je op een dag van die negentig rijders er misschien een stuk of 20 ziet, en zelf rij ik meestal de hele dag in een groepje van mensen die zo’n beetje dezelfde snelheid hebben. Mensen komen dus langs zo’n waterpost in een tijdsbestek van 2 tot 3 uur.

11.03 uur.

Lunch. Een beetje aan de vroege kant, maar we zitten nu inmiddels ruim vier uur op de fiets, dus enige aanvulling voor de spieren is wel nodig. Elke dag is er een uitgebreide lunchmogelijkheid met salades, soms soep, boterhammen (die je zelf kunt klaarmaken), fruit en zoetigheid. Het enige wat ontbreekt is koffie. Vandaar mijn zoektocht elke ochtend weer naar koffie. Geen koffie vanochtend, gewoon omdat er geen koffietentjes zijn in dit verlaten oord.
Althans: dat was het idee bij het verlaten van de lunchplek (aan een meer, waar je ook nog kon zwemmen als je dat wilde).

12.04 uur

Koffie! De lunch was vlak voor Helena, de hoofdstad van Montana. Nog steeds geen grote stad, ik denk dat er zo’n 25.000 mensen wonen. In Helena zelf vinden we een coffee-shack, zoals ze dat hier noemen. Een soort frietkot, maar dan voor koffie. Ik raak in gesprek met de eigenaar van het coffeewinkeltje (150 kg schat ik zo) en hij vertelt enthousiast over het leven in Helena en Montana.
In het gebied waar wij doorheen reden leven nog veel beren, wolven en elanden. De koffieman jaagt vooral op elanden. Er komt een fototoestel tevoorschijn waar hij enthousiast zijn laatste veroveringen op laat zien ‘Shot him straight through the heart’. Zo’n eland is een enorm beest, dus dat biedt deze mensen een hele hoop vlees.
De man vertelt ook dat er veel beren leven (mogen niet geschoten worden) en wolven. De wolven leven in troepen van 100 of meer, en beginnen een plaag te worden. Ze verwonden of doden ook veel van de andere dieren. Een paar dagen geleden is een vrouw door een roedel wolven verscheurd!
Ik begrijp nu waar het verhaal van Roodkapje is ontstaan. Dat grootmoeder de wolf niet overleefde is voor mensen in Montana helemaal te begrijpen.

14.02 uur
De school in Townsend. Alle bagage ligt weer klaar. Douchen, tent opzetten, blog schrijven, eten en dan is er weer een fietsdag om.
Vandaag een tocht van zo’n 80 mijl (130 km. ongeveer). Dat lijkt veel, maar als je een week er op hebt zitten met vier keer 170 km, zijn dit soort afstanden geen probleem meer.
En voor de vele fans die mij vragen hoe het met het achterwerk gaat: dankzij de buttbutter uit een tube die ik in Missoula op de kop tikte, gaat dat ook een stuk beter. Thank you.

Missoula – Lincoln (80 mijl)

Week 2, dag 1.

De route van vandaag gaat over de vlakte van Montana. Het zijn achter elkaar geschakelde valleien, die omzoomd worden door flinke heuvels. In deze streek zou vroeger Rawhide of Bonanza kunnen zijn opgenomen. De hele rit lang rijden we langs een rivier, waar af en toe gevist wordt.

Het is een uitgestrekt en weinig bewoond gebied. Hier en daar wat boerderijen. Vooral veeteelt, maar per koe heeft men veel meer vierkante meters nodig dan bij ons omdat het gras hier niet zo snel groeit door de droogte in de hoogzomer. Vandaar dat Rowdy Yates (voor de ouderen onder ons) vroeger al zijn koeien van het ene gebied naar het andere moest zien te krijgen.

De koffiestop is er één uit de oude doos: voor de deur nog de palen waar vroeger de paarden aan vast werden gemaakt. Nu mogen onze fietsen er tegenaan staan.

Onderweg ook nog mijn droomhuis tegengekomen. Laat het nu nog te koop zijn ook! Heb de makelaar en het telefoonnummer genoteerd. Helemaal nu ik er achter ben dat ik dit huis op de fiets kan bereiken.

De rit eindigt in Lincoln, een dorp in Lewis & Clark County. Die L&C zijn twee expeditieleiders, die begin 1800 dit gebied voor het eerst hebben verkend. Ik zal proberen wat meer over de heren te weten te komen.
Lincoln is zo’n typisch Amerikaans dorp. Een weg, stof, hitte en aan de zijkanten huizen, winkeltjes en een school. De Lincoln Public Schools waar we vandaag mogen overnachten.

American food.
Op verzoek van Karen start vandaag in deze blog de afdeling ‘american food’. Oftewel: wat de boer niet kent dat moet hij wel eten, want anders krijgt hij de pedalen niet rond. Wat we hier zien kregen we vandaag bij de lunch (dus klaargemaakt langs de kant van de weg voor de langskomende fietsers). Ze noemen het hier potstickers. Het lijkt een beetje op ravioli. De vulling is gemalen varkensvlees met ei en soms nog wat noten toegevoegd. De saus is soja-achtig. Heel lekker.

Today’s slogan.
Nog een nieuwe rubriek: de slagzin van de dag. In de scholen waar we overnachten, hangen hele series slogans die de kinderen op het goede spoor moeten houden. Het is heel Amerikaans, maar ik vind ze zo aardig dat ik zal proberen er dagelijks één te laten zien. Die van vandaag vond ik in de school waar we vanavond overnachten. Toelichting op de tekst overbodig neem ik aan.

Een (zon)dagje Missoula

Eindelijk een dagje niet fietsen! Dat mag na zeven dagen 600 mijl afgelegd te hebben ook wel zou ik zeggen.
Als ik de eerste week evalueer dan zijn mijn conclusies:
– eerste twee dagen moeilijk door de zware weersomstandigheden (koud, regen)
– achter de bergen schijnt ook hier de zon, en nadat we over de eerste heuvels waren ging het beter
– de eerste dag 170 km. was zwaar, de andere drie dagen waarop we zo’n afstand moesten overbruggen gingen van dag tot dag beter
– we hebben de staten Washington, Idaho en Montana gezien. De laatste twee staten zijn oude indianengebieden en dat merk je aan de uitgestrektheid en de bergen
– Amerikanen zijn erg ontvankelijk voor nieuwe mensen, en als je dan  vertelt wat je aan het doen bent staan ze nog net niet te dansen van enthousiasme.

Vraag: en Jan, wat viel tegen deze week?
Antwoord: wat ik absoluut niet verwachtte, gebeurde toch: het achterwerk trekt het niet. Deze week 50 uur op een racefietszadel is voor de kont van deze jongen toch wat teveel gevraagd. Dat betekent: iedere keer weer proberen een positie op het zadel te vinden die dragelijk is. Een schrale troost: iedereen klaagt er over, en de plaatselijke rijwielhandelaar waar ik daarnet was, was door zijn voorraad zalf heen die je in dit soort omstandigheden in het zeem van de broek smeert, omdat hij was geplunderd door vijf rijders van Cycle America.

Ondanks het feit dat het een vrije dag was, vanochtend toch nog redelijk vroeg opgestaan, om de wedstrijd Engeland – Duitsland van het WK te zien. Daarvoor moet je in de VS in een sportcafé zijn, waar een stuk of 10 schermen staan opgesteld waar je de wedstrijd kunt zien. Voor het eerst dat ik zo’n match zag terwijl ik zat te ontbijten in een café.  Mooie wedstrijd overigens, en zoals Gary Lineker ooit voetbal definieerde: dat is een wedstrijd van 2 x 45 minuten met 11 spelers aan iedere kant, die altijd gewonnen wordt door Duitsers.

Wat Missoula betreft: een mooie stad (geen hoogbouw) met zo’n 50.000 inwoners. Een universiteit waar we nu logeren (twee dagen een bed!) omdat de studenten in de zomer weg zijn. Op de foto hiernaast zie je hoofdgebouw van de universiteit met bergen op de achtergrond. Stel je voor de rest een campus voor zoals die van de Universiteit in Enschede, waar ik in een ver verleden een aantal mooie jaren doorbracht.
Ook hier weer minder overheid en meer privaat. Hoe de verhouding precies is weet ik niet, maar elk gebouw is genoemd naar een gulle gever die helpt de studierichting overeind te houden of van een gebouw te voorzien. Zo heeft de familie Gallagher de afdeling business administration geholpen.

Tenslotte een update wat betref de wildlife. We zitten hier in berenland, en dat zie je aan de berenpoten die ze voor van alles en nog wat gebruiken als logo. ‘Grizzlycountry’ noemen ze het zelf. Ben benieuwd of we morgen onderweg nog wat van die harige jongens tegenkomen. Een fiets bijhouden zal ze wel niet lukken denk ik, tenzij ze zelf fietsen hebben (maar dat verwacht ik niet).
Aan het andere einde van het diercontinuüm: de eekhoorns lopen hier niet weg als je er aan komt, maar komen naar je toe. Ik heb er vanochtend zeker vijf geteld in de omgeving wandelend.

OK guys, dat was het voor vandaag. Morgen wacht weer een fietsdag.

Mijn locatie Missoula, Montana, United States.

Thompson Falls – Missoula (101 mijl)

De zevende dag van de eerste week, waarin we opnieuw boven de 100 mijl voor de wielen krijgen.
Ontbijt bij dezelfde social club waar we gister hebben gegeten, en om 7 uur op weg. Het is dan nog fris, we zien de zon boven de bergen verschijnen. Aan de rechterkant van de weg een snelstromende rivier. Een plaatje.

Een rit van 180 km. vergt voor deze enigszins geoefende fietser een uur of 7 (zonder de pauzes). Standaard is het zo dat na de eerste 2 uur de trek in koffie ernstige vormen begint aan te nemen. Dat uit zicht door in de groep waarin ik dan rijd te roepen ‘time for coffee’, of althans iets dat daar op lijkt, want meestal moet ik twee keer roepen voordat ze me begrijpen. Vervolgens speur ik naar elk sign dat iets van koffie doet vermoeden.


Zo belandden wij vanochtend bij Harold, ergens in de middle of nowhere. Hij heeft een bord ‘coffee’ bij zijn hut staan, maar toen we daar binnen vielen met een man of vijf, was er geen koffie te bekennen. Ik vertelde dat ik uit Nederland kwam, en daarop kwam er een heel verhaal over de oorlog en dat hij altijd nog een keer naar ‘Holland’ toe wilde. Harold leek me een jaar of 70, en had nog een tand of vier in zijn kaken staan zo te zien. Er moest enige druk op hem worden uitgeoefend, en toen zette hij inderdaad zijn koffieapparaat aan.
Verder heeft hij een winkeltje met allerlei troep, variërend van een revolver met een ingebouwd mes tot een boekje in de dummy serie (de gele boekjes) over ‘how to get a date’. Wat heen en weer gepraat over dat boekje leidde er toe dat Harold het boekje aan de enige dame in het gezelschap schonk. Dat was Jo uit Londen. Over het fenomeen Jo zal ik een andere keer nog wel eens wat vertellen. Jo is een voormalig roeister, en gebruikt C2C als oefenmateriaal voor twee andere tochten in California en Frankrijk waar ze aan mee doet.

We hadden 75% van de dag een prachtige route, en zagen uiteindelijk uit op het begin van de Rocky Mountains. Missoula (spreek uit: Missoela) is de poort daar naar toe. Een grote stad binnenrijden heeft ook zijn nadelen. In dit geval dat we een stuk over de vluchtstrook van een highway moesten. Dat was tot daar aan toe, maar die vluchtstrook lag ook vol met allerlei troep van kapotte banden. Het metaal daaruit veroorzaakte mijn eerste lekke band.

We overnachten in Missoula weer op een universiteit, dus dat betekent geen tent en een goed bed. Bovendien morgen de eerste rustdag. Velen (waaronder ikzelf) zijn daar wel aan toe.

It’s been a marvelous first week!

Mijn locatie Missoula, Montana, United States.

Kellogg – Thompson Falls (70 mijl)

We hebben maar een kort stukje Idaho gedaan. Er zijn volgers van mijn blog (naar de stand van zaken van vandaag zijn het er al 168, het gaat op zijn amerikaans: groot, groter, grootst) die dagelijks de atlas er bij pakken, en dan moet je naar het meest noordelijke stukje van Idaho kijken. We rijden door een National Forest.
Het tijdsverschil tussen hier en Nederland is 9 uur, en als je naar het oosten gaat wordt daar steeds een stukje vanaf geknabbeld. Vandaag zijn we in een nieuwe tijdzone terecht gekomen, dus het tijdsverschil is nu acht uur. Dat betekent allemaal het horloge één uur vooruit. Zo’n tijdslijn loop dwars door een State, en houdt niet op bij een grens. Dat betekent dus dat mensen die 10 km. van elkaar wonen, verschillende tijden gebruiken. Ik heb eens om me heen gevraagd of dat geen problemen geeft. En inderdaad: ik kreeg al snel voorbeelden te horen van mensen die afspraken misten omdat ze even hadden vergeten dat ze naar een volgende tijdzone moesten.

Terug naar de fiets.
Opgestapt in Kellog en op weg naar Thompson Falls. Weer zo’n klein stadje in een dal tussen de bergen. En weer logeren in een school. Nederlanders wilen altijd weten wat voor weer het is. Vertrek: bewolkt, 18 graden. Rest van de dag: bewolkt, 23 graden. Bij aankomst: volop zon bij 25 graden.

De rit was voor ons doen relatief kort: 65 mijl. In het midden moest je wel over Thompson Pass heen, een heuveltje van zo’n 3000 meter hoog. Je doet er een klein uur over om boven te komen. De foto links is genomen vanaf de top van Thompson Pass, en dan zie je (even goed kijken dames en heren) vanuit de diepte een weg omhoog lopen. Niet kronkelen, zoals in Frankrijk, hier gaat dat gewoon recht omhoog.

Verder mooie wegen, weinig verkeer.
Nu was er vandaag een probleem bij de school. Geen warm water, alleen de koude douches. Maar de verkenners van Cycle America hadden gezien dat er vlakbij de school een zwembad is. En dus regelde men voor ons dat we naar het zwembad met warme douches konden. Weer een mooi voorbeeld van de inventiviteit van deze mooie organisatie (die dus, voor de goede orde, maar bestaat uit een vaste groep van twee of drie mensen en een groep zomerwerkers).

Vanavond gegeten bij Elks. Nooit van gehoord, maar dat blijkt een soort collega organisatie van de Lions te zijn. Een goede doelen vereniging dus. Een wat armoedig gebouwtje aan de rand van Thompson Falls, en daar kregen we weer een voortreffelijke maaltijd voorgeschoteld. Karen vraagt in het gastenboek wat meer te vertellen over het Amerikaanse eten. Zal ik in een volgend blog zeker doen Karen. En blijf uw vragen insturen mensen: ik blijf schrijven en fotograferen.

Mijn locatie Missoula, Montana, United States.

Spokane-Kellogg (95 mijl, 160 km)

Vandaag een rit waar amerikanen een heel mooi woord voor hebben: ‘awesome’. Het betekent zoiets als ‘geweldig, fantastisch’,  maar ik vind de gevoelswaarde van awesome op één of andere manier toch anders. Het was dus een buitengewone dag.
Vanuit Washington de volgende staat Idaho binnengereden. Zeker het noordelijke deel van Idaho is niet rijk. Het moet bestaan van een beetje tourisme en landbouw en dat valt niet mee in deze tijden.
Zoals gewoonlijk om 7 uur vertrokken in een stralend zonnetje. Even het industrieterrein van Spokane doorkruisen (dat is dan wel een kilometer of 15) en dan kom je in Coeur d’Alene Indian Reservation. Dat ‘Coeur d’Alene’ wordt door amerikanen uitgesproken zoals ze Champs Elysée uitspreken, dus het franse verdwijnt geheel in de uitspraak. Het reservaat (vandaag ook weer geen Indiaan gezien, hoewel een amerikaan naast mij vandaag de herkenningsmelodie van Rawhide zong) bestaat uit een prachtig (en ik bedoel PRACHTIG) meer tussen de bossen. We staken het meer over via een lange fietsbrug en kwamen vervolgens uit bij een fietspad (!) dat  het meer en de rivier de volgt, en een lengte van zo’n 80 mijl heeft. Werkelijk een unieke omgeving.

Ook wel prettig om eens even geen auto’s om je heen te hebben.

Onderweg langs het meer zagen we plotseling langs de kant een soort hert zonder horens, dat tot zijn hals in het water groen stond te eten met zijn twee kleintjes op de achtergrond aan de waterkant wachtend. Amerikanen noemen het een ‘moose’. Mijn kleine woordenboekje heeft er geen oplossing voor. Snel even op internet een vertaalsite opgezocht, en het blijkt een eland te zijn.

Het fietspad is aangelegd over een oude spoorlijn, die gebruikt werd om metaal dat in dit gebied uit de grond werd gehaald te transporteren.

We komen terecht in Kellogg, een dorpje in een soort vallei in de bergen. Weer staat hier een prachtige school voor ons open. Zij die dat willen kunnen in de gymzaal slapen, de anderen zetten hun tentje op. Ik ben van het tentjesvolk, want slapen in zo’n warme gymzaal vind ik maar niks.
Zo’n school hangt vol met allerlei teksten die de jeugd moeten inspireren. Je moet er van houden, het is zeer amerikaans. Ik heb er persoonlijk wel wat mee. Hier een mooi voorbeeld op deze school: groot op de muur geschilderd: ‘vriendelijkheid. En:  ‘ onze woorden en daden veroorzaken rimpels die de wereld kunnen veranderen.’

‘s Avonds in de cafeteria van de school gegeten. Er is weer gekookt door een gezelschap dames die in dit geval voor de school werken.

‘s Avonds nog even een pilsje in het dorp, en zoals altijd om 10 uur in de slaapzak.

Mijn locatie Missoula, Montana, United States.

Coulee Dam – Spokane (95 mijl)

Spreek uit: spokeen. Een grote stad in het achterland van Washington. Prachtige architectuur gezien onderweg in de stad, huisvesting voor ons is hier meer dan formidabel. We slapen in een net gebouwd zeer luxe studentenhuis. Geen tenten opzetten vanavond, wasmachines in de buurt, eten in de mensa het kan niet op. Mijn kamergenoot is Philippe uit Parijs. Deze fransman spreekt geweldig engels, dus van frans komt niks vanavond.
Fietsen kunnen allemaal mee naar binnen, en dat ziet er dan zo uit.

Vandaag weer bijna 100 mijl over lange rechte wegen waar geen eind aan lijkt te komen. Maar er komen andere dagen heeft men ons beloofd.
Als je met bijna 100 fietsers op weg bent, kan het niet anders of er gaat wel eens wat mis. Helaas was het de allereerste dag, nee: het allereerste uur al mis. We hebben een Amerikaanse in ons gezelschap (Karen) die niet alleen op de fiets maar ook op de cello speelt. De cello had ze meegenomen, en zou af en toe was spelen. Vlak na het oceaan-dippen (zie mijn blog van 20 juni) reden we over een viaduct en in een bocht op het viaduct (het regende licht) was een soort spoorrails-achtige gleuf in de weg. Daarop glijdt Karen uit en breekt haar arm. Op dezelfde plek gingen nog een aantal van ons onderuit zonder verder kwalijke gevolgen. Toen ik er en kwartier later zelf langskwam, stond de brandweer er al met allerlei waarschuwingsmateriaal
Maar die arme Karen: een half uur onderweg in een tocht van 9 weken! Te triest voor woorden. Weinig kans dat ze nog kan fietsen de komende weken schat ik in.

Voor de dagindeling hoef je maar even naar het bord te kijken dat wij iedere dag voor onze neus krijgen. Alle ingrediënten staan er op: van ontbijt om 6.30 tot het bespreken van de route van de volgende dag om 19.30 vanavond.

Net wezen eten in de mensa. Een lawaai van jewelste, want er was net een basketball zomerkamp aan de gang. Allemaal lange amerikaanse pubers.
Zo meteen krijgen we de route voor morgen uitgelegd, en daarna even langs bij de Starbucks op de hoek om verbinding met internet te zoeken. De groeten vanuit Spokane en zoals gister gemeld: vragen zijn welkom.

Mijn locatie Spokane, Washington, United States.

Wenatchee – Coulee Dam (103 mijl)

Een ‘century’ heeft in Amerika verschillende betekenissen. Iedereen weet (neem ik aan) dat er een eeuw mee bedoeld wordt. Hier heeft het ook de betekenis van 100 mijl in één keer. Vandaag dus meer 100 mijl op het koersblad, dat komt overeen met zo’n 170 km.
Wat betreft het weer is het voor een Nederlander nooit goed. De afgelopen dagen regen, vandaag 26 graden. Fietsen door het type gebieden dat iedereen kent van de films die zich voor een deel on the road afspelen. Kilometers lang asfalt en aan de beide zijkanten dorre begroeing.

Eerst de berg op, en dan boven op de vlakte de wind om de oren. Geen tocht die je in je eentje moet rijden. Dat kan hier gemakkelijk gebeuren, want na het ontbijt vertrekt iedereen op eigen houtje en zo ontstaan er kleine groepjes van meestal drie of vier mensen en eenlingen die zich liever met hun eigen gedachten vermaken. Van die laatste soort ben ik zelf niet, zeker niet als er wind in het spel is. Vandaag gefietst met Jim (huisarts in Iowa), zijn vrouw Lauri (beide 65!) en Brian (net 50, werkt bij Bell in Wisconsin. Je houdt elkaar wel aan de gang met tussendoor gesprekken over health care reforms, de Afsluitdijk, de oorlog en kleinkinderen. Enige logica is er niet, en dat is ook niet de bedoeling.

De foto laat zien dat de rechte wegen door bergachtig gebied gaan. En je ziet ook mooi één van de ‘uitvindingen’ van Cycle America. Iedere rijder heeft namelijk een plaatje onder zijn zadel met naam en land van herkomst. Op die manier leer je mekaar gemakkelijk kennen, en in het voorbijrijden (of bij het maken van een praatje) heb je in ieder geval direct de voornaam te pakken.

Het is nu 21.30, en ik zit te typen op het terras van de Roosevelt Highschool in is Cooly Dam. Vijf uur nadat ik van de fiets stapte, en na een douche en een maaltijd is fietsen door de VS weer een goed idee.

Iets wat niks met fietsen te maken heeft?
Op de achtergrond hoor ik het geruis van Cooly Dam. Een geweldige stuwdam die in de tijd van de grote depressie in de dertiger jaren van de vorige eeuw is gebouwd. Om de dam heen is een kleine stad gebouwd waar we nu logeren.
Met de dam wordt opgewekt wordt energie geleverd aan de regio en met het water is irrigatie van dit droge gebied mogelijk. Ik denk dat het vergelijkbaar is met de stuwdammen in droge gebieden in Zuid Europa. Daar doet de omgeving ook wel aan denken af en toe. Spanje komt het dichtst in de buurt. Frankrijk is veel groener dan het hier is.

Tijd om de slaapzak op te zoeken, morgen weer een century.

Dames en heren lezers (ik hoop dat die er zijn), er zijn ongetwijfeld vragen die ik in dit blog zou kunnen beantwoorden. Neem even de moeite ze te stellen via de reactieknop bij dit blog, dan ga ik er zo snel mogelijk op in.

Mijn locatie Spokane, Washington, United States.

Skykomish-Wenatchee (125 km).

Zoals de namen van de plaatsen al doen vermoeden, zitten we hier in (voormalig) Indianengebied. Maar geen indiaan gezien vandaag.

Een dag met twee gezichten. Gestart vanuit een vervallen dorp dat ooit bestond bij de gratie van een spoorlijn die er niet meer is, nadat het de hele nacht had geregend en alle klam aanvoelde. De eerste 20 mile gingen naar de Stevens Pass, een berg van 4200 ft, dat lijkt mij zo’n 1500 meter. Gelukkig wel droog, maar hoe hoger we kwamen, hoe dichter de mist. Uiteindelijk nam de klim zo’n kleine 2 uur in beslag.
Men had ons gezegd: aan de andere kant van de berg is het waarschijnlijk beter weer. En zowaar: na een koude afdeling in de mist verscheen de zon en fietsten we vervolgens in zonnig weer terwijl het steeds warmer werd. En een fantastische omgeving: bergen met sneeuw op de top, de kronkelende Wenatchee River langs de kant van de weg met watervallen. In dit gebied wordt – gezien het klimaat- veel fruit verbouwd, het laatste stuk ging door een soort Amerikaanse Betuwe. Foto’s ontbreken vandaag, want ik had mijn camera in de tas laten zitten die in de trailer mee gaat.

Tot zover de bikeride van vandaag.
Tijdens zo’n rit van 7 tot 14 uur passeren de nodige gedachten. En zo realiseerde ik me dat ik de lezer van dit blog waarschijnlijk wat meer zal moeten bieden dan een verhaal over de tocht van A naar B, want dat gaat na twee weken aardig vervelen. Wat valt er te melden over Amerika en aanverwante zaken, los van het fietsen?

Het eerste dat mij te binnen schiet is de grote sociale cohesie waarmee wij geconfronteerd worden op de plaatsen waar we komen. Dat heeft zo zijn redenen. Terwijl ik tot gister dacht dat Cycle America elke dag voor ons kookte, blijkt dat helemaal niet het geval te zijn. De fietsorganisatie huurt min of meer steeds een school- of een clubgebouw af dat een veld heeft om tenten neer te zetten, en waar een wasgelegenheid. Een lokale social community kook vervolgens voor ons, en krijgt van Cycle America een bedrag voor hun goede doel. Het mes snijdt aan twee kanten: de community haalt op deze manier wat extra centen binnen, en wij hebben een relatief goedkoop onderdak met vaak voortreffelijk eten ‘s ochtends en ‘s avonds. Het is niet vreemd dat clubs als Lions en Rotary hun oorsprong in Amerika hebben, want hier is het veel gebruikelijker dat de gemeenschap zichzelf organiseert. Men wacht niet op geld van de plaatselijke of landelijke overheid, maar gaat zelf aan de slag.
De tegenstelling met Nederland kan niet groter zijn: de cultuur bij ons is er één van vadertje Staat die het allemaal regelt, en o wee als  dat niet goed gebeurt …..
De andere kant van het Amerikaanse doe-het-zelf sociale systeem is er natuurlijk ook: omdat de staat alleen voor het allernoodzakelijkste zorgt, zijn de minderbedeelden vaak slecht af, hoe goed de Lions ook hun best doen. En toch dwingt mijn confrontatie met dit systeem nu wel heel veel respect af. Temeer omdat elke avond na het eten bij het voorbespreken van de volgende dag ook de mensen die voor het eten hebben gezorgd worden voorgesteld, en dat wat vertellen over de activiteiten die ze voor de gemeenschap ondernemen. Impressing!